KEEP Connecting People® 'de thema's'

1.    Hoe zie ik anderen?

Als u met anderen te maken heeft in een gesprek of transactie, klikt het de ene keer meteen en de andere keer gaat het stroef. Hoe komt dit?
Wij hebben allemaal gesprekken gevoerd met anderen waarvan we achteraf dachten, waarom luistert hij nu niet. Waarom staat hij niet open voor mijn argumenten. 

2.    Een fabel ter lering en vermaak

In 1940 schreef de adjunct-directeur van een basisschool in Cincinnati, George Reavis, een fabel getiteld ‘The Animal School’. Hieronder staat daarvan een vrije vertaling.

De dierenschool

Op een goede dag besloten de dieren dat het van groot belang was iets te organiseren om beter om te kunnen gaan met de uitdagingen van die tijd. De beste oplossing bleek het oprichten van een school te zijn.

Om de administratie te vereenvoudigen besloten zij dat elk dier in alle vakken les moest krijgen. Deze vakken waren hardlopen, klimmen, zwemmen en vliegen.

De eend kon uitstekend zwemmen, zelfs beter dan zijn leraar. Het vliegen was wat minder en in het lopen was hij bepaald slecht. Hij liet daarom het zwemmen vallen om tijdens bijlessen beter te kunnen oefenen op het hardlopen. Na enige tijd waren zijn zwemvliezen zo versleten dat hij een middelmatige zwemmer was geworden.
Gelukkig accepteerde de school middelmatige leerlingen. Niemand maakt zich zorgen over de prestaties van de eend, behalve ……de eend zelf natuurlijk.

Het konijn startte het schooljaar als de beste van de klas bij het hardlopen. Hij werd echter erg depressief, omdat hij te veel moest overdoen bij het zwemmen.

De eekhoorn was een uitstekend klimmer, maar raakte gefrustreerd in de vliegklas omdat de leraar hem vanaf de grond liet wegvliegen in plaats vanaf een boomtak. Hij raakte overbelast door de vele extra lessen en eindigde uiteindelijk als middelmatig klimmer en slecht hardloper.

De arend werd zwaar gestraft. Hoewel zij bij het klimmen altijd als eerste eindigde, raakte ze in conflict met de leraar omdat zij alleen op haar eigen manier wilde klimmen.

De Jachthonden kwamen niet naar school en wilden geen schoolgeld betalen, omdat het graven en snuffelen niet in het lesrooster was opgenomen. Zij vroegen een das hun kinderen les te geven. Later verenigden zij zich met de marmotten en de mollen om een privéschool op te richten.

3.    Hoe ervaar ik een bekende persoon?

In hoeverre ervaren wij het gedrag van anderen op een andere manier?
Is het cultureel of maatschappelijk perspectief van invloed? Is sekse, leeftijd of bijvoorbeeld eigen ervaring mede bepalend voor hoe wij anderen ervaren?

4.    Gedrag versus gebieden van belangstelling

Zijn bepaalde patronen van gedrag terug te voeren naar gebieden van belangstelling? Gedragen mensen zich iedere keer anders, reageren ze in iedere situatie anders? Is de manier waarop iemand spreekt en zijn de onderwerpen altijd verschillend?

Als we beschrijvend naar gedrag kijken, zien we vaak min of meer dezelfde kenmerken bij dezelfde mensen.

5.    Vormen van gedrag

Om op basis van waarneembaar gedrag te kunnen bepalen wat de gebieden van belangstelling zijn, is het praktisch gedrag (dat wat zich boven water afspeelt) onder te verdelen in verschillende categorieën.

De vier meest gebruikte categorieën zijn: dominant, meegaand, expansief en terughoudend.
Als we gedrag van verschillende mensen onderling vergelijken worden de volgende indelingen aangehouden:

a.  de indeling in dominant (overheersend) versus meegaand (inschikkelijk) gedrag. 
b.  de indeling in expansief (mensgericht) versus terughoudend (taakgericht) gedrag.

6.     Samenvatting

Als we de verschillende patronen van gedrag in een assenstelsel weergeven, ontstaan de vier hoofdcommunicatiestijlen.

Mogelijke combinaties zijn:
- Dominant en Expansief: dit is de Promotende communicatiestijl.
- Dominant en Terughoudend: dit is de Controlerende communicatiestijl.
- Meegaand en Expansief: dit is de Faciliterende communicatiestijl.
- Meegaand en Terughoudend: dit is de Analyserende communicatiestijl.

Het doel van deze workshop is uitdrukkelijk niet om te stigmatiseren en anderen in een ‘hokje’ te stoppen. Een belangrijk doel is wel, indien nodig of wenselijk, uit uw eigen communicatiestijl te stappen en anderen meer tegemoet te komen in hun communicatiestijl. Dat zorgt ervoor dat uw gesprekken aangenamer, efficiënter en resultaatgerichter worden.

7.    Communicatiestijlen en vertrouwen

Veel aspecten hebben invloed op uw doeltreffendheid: o.a. onderlinge verstandhouding, geloofwaardigheid en oprechtheid. Deze vallen allemaal onder de noemer ‘vertrouwen’. Communicatie gaat er voor een groot deel om vertrouwen te winnen en te behouden van anderen. Uw direct waarneembare gedrag (alles wat u doet en zegt) maakt of uw gesprekspartner u wel of niet vertrouwt of begrijpt. 

De belangrijkste vaardigheden die direct van invloed zijn op het winnen en behouden van vertrouwen zijn: betrouwbaarheid, openheid, acceptatie en congruentie.

8.    Empathie

Bij goede communicatie gaat het erom dat gesprekspartners elkaar echt bereiken. Dat mensen uitgangspunten delen en het gemeenschappelijk belang blijven zoeken. Dat kan als u uw begrip en gevoel dat u voor de ander heeft (inlevingsvermogen) ook toont in uw gedrag. Oftewel, ‘empathisch vermogen’ ontwikkelt. 
In het algemeen geldt dat mensen die empathie tonen, worden ervaren als warm, betrouwbaar, geďnteresseerd, persoonlijk, open en zelfverzekerd. Mensen die weinig empathie tonen, ervaart men als meer op zichzelf gericht en ongevoelig. 
Binnen een goede gesprekssituatie is empathie niet vrijblijvend. Immers die zorgt ervoor dat men serieus probeert te begrijpen hoe de ander denkt of zich voelt. Empathie tonen is een vaardigheid die met name bedoeld is om de ander te ondersteunen in zijn/haar situatie of gevoelens. 
In het algemeen geldt dat men makkelijker respect opbrengt en kan handelen in het belang van de ander als men accepteert dat alle mensen verschillend zijn.
Empathie tonen betekent niet automatisch dat u emotioneel betrokken bent. U kunt uw gevoelens goed scheiden van de ander en toch empathie tonen. Ook in problematische situaties blijft het dus mogelijk objectief waar te nemen, te handelen en tegelijk empathisch over te komen. Denk bijvoorbeeld aan artsen, verpleegkundigen of psychologen.

9.    Interactie, communicatie en samenwerking

Hoe herkent u diverse communicatiestijlen en hoe handelt u ernaar? 
Indien u het maximale uit uw communicatie wilt halen, is het relevant om op een natuurlijke en effectieve manier de communicatiestijl van de ander te leren ‘lezen’. En er vervolgens naar te handelen.
U kunt de stijl en daarmee de behoeften van anderen bepalen door ‘beschrijvend’  en niet ‘oordelend’’ naar hun gedrag te kijken en te luisteren. Als u dit goed leert, biedt dit – naast uw vakinhoudelijke kennis en technische vaardigheden – een extra handvat om beter met hen om te gaan, te communiceren en samen te werken.

10.    Relatie communicatiestijl en tijd

Wat motiveert u? Waarvoor of voor wie maakt u graag tijd vrij? 
Afhankelijk van hun gebieden van belangstelling gaan mensen verschillend om met het 
begrip ‘tijd’. Indien u weet hoe anderen tijd ervaren en ernaar handelen, bent u beter 
in staat de ander tegemoet te komen in zijn/haar behoeften.

11.    Hoe behandelt u de ander?

Behandelt u de ander zoals u zelf behandeld wilt worden óf zoals de ander behandeld wil worden?
Bij iedere communicatiestijl zijn niet alleen gebieden van belangstelling te onderscheiden, maar ook fundamentele behoeften. Zo’n fundamentele behoefte geeft aan waar het iemand ‘bottom line’ om gaat. Wat voor de één ‘motiverend’ is, kan voor de ander ‘essentieel’ zijn in de omgang met anderen.

12.    Hoe overtuigt u anderen en hoe overtuigen zij u?

In veel communicatiemomenten proberen collega’s, familieleden, managers, partners, medewerkers, vrienden, buren etc. u te motiveren om open te staan voor hun argumenten.
(On)bewust komen zij met díe argumenten waar zij zelf belang aan hechten, maar ook op een wijze die het beste bij hen past. Hierbij kunt u denken aan: langdurige uitleg, een mededeling of een overleg met iedereen erbij, uit de losse pols of goed voorbereid, warm met affectie of koel berekenend op rendement.
Indien de manier waarop en de argumentatie waarmee u van de ander instemming probeert te krijgen, overeenkomen met de wijze waarop hij/zij het zou doen, zal de ander meer open staan voor uw communicatie en argumentatie.

13.    Hoe beslist u?

Als we met anderen communiceren of samenwerken moeten we vele beslissingen nemen. Afhankelijk van o.a. het cultureel, financieel, maatschappelijk of interpersoonlijk perspectief (de context), ‘wegen’ mensen hun beslissing en zetten die daarbij af tegen de consequenties.
Daarbinnen zijn er verschillende manieren te onderscheiden hoe en langs welke overwegingen de verschillende communicatiestijlen beslissen. Indien u herkent welke stijl op welke wijze beslist, kunt u zich hierop voorbereiden. Dit komt de effectiviteit van uw communicatie ten goede. 

14.     Hoe voorkomt u dat uw zwakkere punten de sterke overschaduwen?

In het begin van de training was een van de conclusies uit het verhaal ‘De dierenschool’: versterk uw sterke punten en (indien noodzakelijk) richt u tijdelijk op uw zwakkere punten. Het verbeteren van een zwakker punt wordt noodzakelijk zodra het uw kwaliteiten gaat 
overschaduwen. 
De te ontwikkelen punten zijn veelal de sterke punten van de communicatiestijl die in het assenstelsel diagonaal ligt t.o.v. uw positie. Door aandacht te besteden aan uw zwakkere punten wordt u succesvoller in uw communicatie. Simpelweg doordat de ander zich herkent in uw gedrag. Daarbij betekent het voor u een verdere zelfontplooiing. Immers u ervaart door uw (aangepaste) gedrag mogelijkheden waar u anders niet mee te maken had gekregen.

We nemen het uitgangspunt weer even onder de loep: ons succes in communiceren en samenwerken is sterk afhankelijk van de perceptie van anderen. Daardoor kunt u zich niet behelpen met goede voornemens, maar alleen met (anders) praktisch handelen.

15.    Gedrag binnen een team

Alles wat u doet of zegt, kan in beginsel als ‘goed’ worden aangemerkt. Het is de situatie waarin, het tijdstip waarop en het individu of de groep waarmee, die bepalen of u in uw gedrag wenselijk, respectvol of vertrouwenwekkend overkomt.
Zowel privé als zakelijk besteden we veel tijd met anderen om dingen te realiseren. In die situatie zijn we een deel van het geheel. Juist deze context bepaalt of uw bijdrage als lid van het team als aanvullend (positief) of afbrekend (negatief) wordt ervaren.

16.    Flexibiliteit

Goede communicatie tussen mensen draagt bij aan een hoge kwaliteit van hun relatie en de omgang met elkaar. ‘Flexibiliteit’ oftewel aanpassingsvermogen in ons gedrag draagt daar zeker toe bij. 
Als wij ons flexibeler opstellen, zullen mensen met andere communicatiestijlen zich eerder op hun gemak voelen en opener zijn in het delen van meningen en ideeën. Ook zijn ze eerder bereid te luisteren naar uw argumenten en er bewust naar te handelen.

Flexibiliteit in gedrag is van essentieel belang als u het vertrouwen van de ander wilt winnen en behouden. Indien u zich flexibel opstelt, wil dat helemaal niet zeggen dat u uw principes laat varen. Het is de manier waarop u de ander tegemoet treedt in zijn/haar gedrag dat uw flexibiliteit bepaalt.
Flexibiliteit zoals in dit programma bedoeld, is de mate waarin u toont tegemoet te komen aan de stijl van de ander door wat u doet en zegt. Het gaat hierbij zeker ook om de inhoud van uw boodschap en de argumenten die u daarbij heeft. 

In het algemeen geldt dat een persoon die flexibiliteit toont, wordt ervaren als iemand die open staat voor veranderingen. Als iemand die de behoeften van anderen als even belangrijk ziet als de eigen behoeften. En voor de duur van het gesprek de eigen stijl loslaat en tegemoet komt aan de stijl van de ander. 
Een persoon die weinig flexibiliteit toont, ervaart men als iemand die aan zijn/haar eigen stijl vasthoudt en gericht is op de eigen argumenten en ideeën.

17.    Constructief versus defensief gedrag

Afhankelijk van wat we kunnen, willen of moeten, vertonen wij en anderen in meer of mindere mate constructief of defensief gedrag.
Defensief gedrag vertonen we vooral in situaties waarin we dingen moeten doen die we feitelijk of gevoelsmatig niet willen doen. Bekende voorbeelden hiervan zijn: spreken voor een groep, uitgenodigd worden voor een feest waar je niemand kent, moeten samenwerken met uitgerekend die ene collega…..
Vanuit zakelijk perspectief zijn we echter niet altijd in de gelegenheid om de situatie naar onze hand te zetten.

18.    Vormen van defensief gedrag

Mensen die defensief gedrag vertonen, zijn vaak niet redelijk meer. In zo’n situatie is het lastig om te communiceren of samen te werken.
Defensief gedrag kent vele vormen en kan zijn grondslag hebben buiten u of de situatie om. Mogelijk is er in het verleden iets voorgevallen of lijkt de huidige situatie op een eerdere negatieve ervaring.
Wat zijn nu de gedetailleerde vormen van gedrag die als ‘defensief’ kunnen worden bestempeld?
Algemene Voorwaarden | Privacybeleid
© 2010-2013 KEEPConnectingPeople.com
Ontwikkeld door CuSo Interactive